flower-1.jpg

OVERGEWICHT  EN OORZAKEN
GAAT ELK PONDJE DOOR HET MONDJE?


Wist je dat er sinds 2009 meer mensen met overgewicht op aarde leven dan mensen met honger.

Overgewicht is een explosief wereldprobleem aan het worden, niet alleen op het gezondheidsvlak maar ook op economisch.gebied.  In 2005 is er zelfs een Convenant Overgewicht ondertekend. Minder eten en meer bewegen was het motto. Deze strategie bleek echter in de praktijk niet het succes te boeken dat men er van verwachtte. Mensen zijn over het algemeen wel meer gaan bewegen, maar toch blijft het aantal mensen met overgewicht, vooral bij kinderen, toenemen. Het zou echter niet terecht zijn om de verantwoordelijkheid alleen bij de consument te leggen. Er zijn zeker twee factoren die bijgedragen hebben tot de enorme toename van overgewicht:

1. De voedingsindustrie die met haar misleidende reclame voor ogenschijnlijk gezonde producten alleen maar belang heeft in haar eigen winst en niet in jouw gezondheid.
2. Meer dan de helft van de geïndustrialiseerde voeding is geen voeding maar vulling die vaak een verslavende en dikmakende uitwerking op je lichaam heeft. vooral de combinatie van geraffineerde koolhydraten en (verzadigd) vet, meestal fastfood

 

De visie van de overheid schiet hierin ook te kort. Zolang de ‘vette hap’ en fastfood goedkoper blijven dan fruit en groente zal het percentage overgewicht bij Nederlanders waarschijnlijk alleen nog maar toenemen. Gezonde voeding is de basis van ons bestaan waarbij kennis, geld en levensstijl zeker een belangrijke rol spelen.

 

WELKE FACTOREN SPELEN EEN ROL BIJ OVERGEWICHT

  • Koolhydraatverslaving
  • Hyperinsulinemie/ insulineresistentie
  • Schildklierproblemen
  • Verminderd verzadigingsgevoel/ leptineresistentie
  • Verlaagde verbranding
  • Hormonale stoornissen
  • Medicijngebruik
  • Chronische stress
  • Voedingstekorten

 

 

In onderstaande tekst worden de betreffende factoren nader besproken.

 

Koolhydraatverslaving

Je voelt je zonder koolhydraatrijke voeding niet prettig. Je merkt dat je somber en geïrriteerd raakt als je een hele dag geen koolhydraten eet. Je bent gevoeliger voor stress en als je emotioneel bent, grijp je automatisch naar koolhydraatrijke voeding zoals koekjes, gebak, chips, ijs, patat, chocolade etc.

Waarschijnlijk maak je door een koolhydraatverslaving al jaren lang qua voeding de verkeerde keuzes waardoor je gewicht langzaam is toegenomen.

Veel mensen blijken bij een koolhydraatverslaving een tekort aan serotonine te hebben. Dit is een neurotransmitter die ook wel het gelukshormoon genoemd wordt. Dit tekort compenseert je lichaam automatisch door een verlangen naar snel verteerbare koolhydraten zodat je serotoninepeil aangevuld wordt. Bij een koolhydraatverslaving ben je dus zeker niet geholpen aan een koolhydraatarm dieet. Deze snel verteerbare koolhydraten zorgen op den duur echter ook voor een gewichtstoename.

Een ander nadeel van koolhydraatverslaving is dat het uiteindelijk tot hyperinsulinemie kan leiden.

 

Hyperinsulinemie/insulineresistentie

Bij hyperinsulinemie is de insulinespiegel chronisch verhoogd. Insuline is een hormoon dat in de pancreas gemaakt wordt en dat het lichaam laat weten dat er (koolhydraten) suikers beschikbaar zijn om verbrand te worden. Tevens geeft insuline ook de opdracht om overtollige suikers op te slaan als vet. Als je dus meer voeding (vooral koolhydraatrijke voeding) tot je neemt dan je in verhouding verbruikt, raakt je pancreas uiteindelijk overbelast door een overproductie aan insuline (hyperinsulinemie) en wordt je lichaam op den duur ongevoelig voor insuline (insulineresistentie) Mensen die gewicht rond hun middel vasthouden (bij vrouwen verdwijnt de taille, het zogenaamde ‘zwembandje’) en mannen krijgen een buik (de zogenaamde ‘bierbuik’)  lopen risico op hyperinsulinemie en uiteindelijk insulineresistentie.

Als je lichaam ongevoelig wordt voor insuline, betekend dit dat de koolhydraten/suikers in je bloed niet of nauwelijks nog opgenomen kunnen worden door de cellen in je lichaam.

Toch wordt hyperinsulinemie regulier vaak niet direct herkend omdat je bloedsuikerwaarde nog lange tijd binnen de referentiewaarde kan liggen. Als er dus uiteindelijk een afwijking in je bloedsuikerspiegel (glucose waarde) wordt gevonden, ben je in feite al te laat.

Hyperinsulinemie verhoogt het risico op diabetes II, verhoogde bloeddruk, verhoogd LDL-cholesterol, verlaagd HDL-cholesterol, verhoogde triglyceridenspiegels (arteriosclerose, hart en vaatziekten) vitamine C tekort, versnelde veroudering

 

Schildklierproblemen

De schildklier is een klier, gelegen in de hals, met een hormonale werking en verantwoordelijk voor onze stofwisseling. Het is het enige orgaan in ons lichaam dat jodium voor zijn werking nodig heeft.  Een traag werkende schildklier heeft als gevolg dat je lichaamsprocessen langzamer verlopen en je lichaam minder brandstof verbruikt.

Je komt langzaam in gewicht aan ondanks dat je voedingspatroon qua inname niet verandert.

Een traag werkende schildklier komt vaker voor dan men denkt maar wordt niet altijd herkend omdat de schildklier heel langzaam achteruit gaat. Vooral bij oudere mensen is dit het geval.

Vaak voorkomende klachten zijn dat je het altijd koud hebt. Als een ander een bloes met korte mouwen draagt, kunt jij nog gerust een warme trui aan hebben. De huid wordt droog en ruw, je bent sneller moe, je voelt zich vaak slaperig ook overdag, je nagels breken vlug af, je hebt meer haaruitval.

 

 

Verminderd verzadigingsgevoel/leptineresistentie

Leptine is een hormoon dat door vetcellen in ons lichaam gemaakt wordt. Dit hormoon heeft als taak de hersenen over de vetstatus in ons lichaam te informeren.

Hoe meer vet, hoe meer leptine. Leptine en insuline hebben met elkaar te maken.

Veel koolhydraten = veel insuline= veel vet = veel leptine.

Net zoals door teveel insuline, onze lichaamscellen insulineresistent kunnen worden, kunnen onze hersenencellen bij teveel leptine, leptineresistent worden.

Dit betekent dat onze hersenen geen informatie meer ontvangen over onze vetstatus en denken daardoor dat er een tekort aan vet is.

In de oertijd betekende dit een verminderde kans op overleven. Aangezien onze genen eigenlijk nog ‘oergenen’ zijn, reageren onze hersenen dus ook nog op die manier.

hersenen zorgen voor een toenemende eetlust en een verminderd verzadigingsgevoel. Het gevolg is dus dat we nog meer gaan eten en nog meer vetcellen produceren. We belanden in een vicieuze cirkel want het overgewicht neemt alleen maar toe.

Bovendien krijg je ook het signaal uit de hersenen om maar zo min mogelijk te bewegen (energie besparen) en vooral voedingsmiddelen met een hoge glycaemische index te eten.

Je smaakpapillen voor zoet op de tong nemen toe, zodat zoet nog lekkerder smaakt.

Gevolg: suikerverslaving. Veel eten leidt in principe tot nog meer eten. Leptineresistentie is meestal een gevolg van insulineresistentie.

 

 

Verlaagde verbranding

Als we in de oertijd zouden leven, zouden mensen met een verlaagde verbranding tot de overlevenden behoren. Het probleem is dat onze genen wel nog tot die tijd behoren maar dat wij zelf in een tijdperk van overvloed beland zijn. De moeder bepaalt in grote lijnen tijdens de zwangerschap het geboortegewicht van haar kind.

Ook overvloedige postnatale voeding heeft een invloed op de latere gewichtsontwikkeling van het kind.

Een verlaagde verbranding heeft met onze spaargenen te maken. Het kan dus zijn dat jouw genen zo geprogrammeerd zijn dat ze heel spaarzaam met energie omgaan. (voor het geval dat er tijden van hongersnood zouden komen. Een fenomeen dat in vroegere tijden en in arme landen nog het geval was/is) Als je dus in een land woont met veel overvloed aan (verleidelijke) voeding, dat zul je steeds tegen jouw eigen spaargenen in moeten vechten.

Zelfs bij een normaal voedingspatroon loop je nog het risico om vet op te slaan en in gewicht toe te nemen. Waarschijnlijk behoor je tot die mensen die zeggen: ‘van lucht happen word ik al dik’.

Tevens zul je van diëten alleen maar een jojo effect krijgen. Je hersenen denken dan dat er weer een tijd van schaarste aankomt en gaan vet opslaan zodra je weer normaal gaat eten.  Je moet dus al helemaal geen calorie restrictie dieet volgen.

Is er een oplossing? Helaas behoor je tot die groep die goed op de voeding dient te letten, best moeilijk in deze overvloedige maatschappij. Daarnaast is het belangrijk om je verbranding in rust te verhogen. De verbranding in rust verbruikt rond de 70% van alle calorieën die je nodig hebt en maar 30% wordt door beweging verbrand. Dat betekent dat je bij sporten wel calorieën verbrand maar niet voldoende.

Om de verbranding in rust te verhogen zul je aan krachttraining moeten gaan doen.

De spieren van de bovenarmen, bovenbenen en de buikspieren zijn hiervoor het meest geschikt.

Hoe weet je nu of je een verlaagde verbranding hebt?

Hiervoor kan de volgende berekening gebruikt worden:

Geslacht

Berekening verbranding in rust (BM):

Man

BM = (10 x uw lichaamsgewicht in kg) + (6,25 x lengt in cm) - (5 x uw leeftijd) + 5

Vrouw

BM = (10 x uw lichaamgewicht in kg) + (6,25 x lengte in cm) - (5 x uw leeftijd) – 161

Voorbeeld:

Gewicht =  85 kilo / lengte = 170 cm / leeftijd = 42
BM = 10 x 85 + 6,25 x 170 – 5x 42 – 161 =  850 + 1062 – 210 – 161 = 1541 kcal. (verbranding in rust)

Wat hebt je nu bij een  normale verbranding dagelijks aan calorieën nodig. Hierbij moet  je dus ook rekening houden met je bewegingspatroon.

Factor

Mate van beweging:

1,200

Niet actief (weinig of geen beweging)

1,375

Licht actief (lichte beweging of sport, 1-3 dagen per week)

1,550

Gemiddeld actief (gemiddelde beweging of sport, 3-5 dagen per week)

1,725

Erg actief (veel beweging of sport, 6-7 dagen per week)

1,900

Extreem actief (zware beweging of sport en lichamelijk werk)

 

De uitkomst van de BM waarde moet je nu vermenigvuldigen met een bewegingsfactor.

 

Voorbeeld:

1541 x 1,375 = 2120 kcal.  Mensen met overgewicht hebben meer calorieën nodig om hun extra kilo’s van energie te voorzien. 

Als dus de verbranding in rust verhoogd wordt door krachttraining, zal het gewicht eerder op peil komen en kunnen blijven.

(bron: slim-Cora de Fluiter)

 Calorieën tellen is niet meer van deze tijd. 

Het maakt namelijk wel wat uit of je hetzelfde aantal calorieën uit koolhydraten, eiwitten of vet haalt. Bij hetzelfde aantal calorieën uit  koolhydraten zul je namelijk vlugger aankomen dan bij eiwitten of vetten.

Dit heeft te  maken met het hormoon insuline dat nodig is voor de verbranding van koolhydraten. Insuline zorgt ervoor dat de glucose (dat de bloedsuikerspiegel verhoogt) opgenomen wordt in de cel. Bij teveel (geraffineerde) koolhydraten wordt de glucose omgezet in vet en dient als opslag voor moeilijke tijden. (lees- hongerwinter)

Echter, ons westerse voedingspatroon kent geen ' moeilijke tijden' meer in tegendeel, hier is het altijd zomer. Het gevolg van die overvloed aan koolhydraten is dat de bloedsuikerspiegel op den duur

danig uit balans kan geraken. Er treden steeds meer pieken en dalen op, na een koolhydraatrijke voeding, krijg je een dip, je neemt weer iets zoets om energie te  krijgen en het proces herhaalt zich.

Omdat er steeds een toevoer aan koolhydraten is, worden de vetten (die als opslag dienden voor moeilijke tijden) niet meer verbrand. 

 

 

Carnitinedeficiëntie en verlaagde verbranding

Bij een verlaagde verbranding kan er ook sprake zijn van een carnitinedeficiëntie

Dit is een stof  die het lichaam zelf maakt maar ook uit de voeding haalt. Carnitine maakt onderdeel uit van de vetverbranding en energie aanmaak in de cel.

Met de Vega test kan gemeten worden of er bij jou sprake is van een carnitinedeficiëntie.

 

Hormonale stoornissen

De menopauze bij de vrouw en de andropauze bij de man zorgen voor hormonale verschuivingen.

Bij de vrouw speelt de langzame afname van oestrogeen en bij de man de langzame afname van testosteron ene belangrijke rol. je lichaam ondergaat daardoor een verandering.

Een van deze veranderingen is toename van buikvet en verlaging van energieverbranding in rust.

Je honger- en verzadigingsgevoel veranderen en ongemerkt eet je meer terwijl je minder verbrandt. Het risico factor voor hyperinsulinemie neemt toe.


Medicijngebruik

Sommige medicijnen kunnen je gewicht laten toenemen. Hieronder vallen bijvoorbeeld bepaalde antidepressiva, antipsychotica, anti-epileptica, maar ook anticonceptiemiddelen en prednison

 

Chronische stress

Stress kan gedefineerd worden als een serie fysieke of emotionele gebeurtenissen die kunnen leiden tot fysieke of biochemische veranderingen in het lichaam.

Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor het ontstaan van chronische stress.

Boven je vermogen moeten presteren, op gespannen voet leven met je partner of met je baas, langdurige blootstelling aan een vervuilde omgeving

of een infectieziekte, langdurig achter de computer of televisie zitten;  het kan allemaal bijdragen aan het ontstaan van chronische stress. (distress)

Langdurige distress leidt tot uitputting van de bijnieren. De bijnieren produceren namelijk hormonen zoals adrenaline en cortisol om stress het hoofd te kunnen bieden.

Een langdurige verhoogd cortisol leidt tot beschadiging van orgaansystemen.

Het verhoogt echter ook de eetlust. Bij veel stress ga je dus automatisch veel eten en meestal zijn dit voedingsproducten met een hoge glycaemische index. (patat, koek, gebak, chips, cola etc.)

 

Voedingstekorten

Het is met de voeding helaas slecht gesteld. Vitaminen en mineralen in onze groente en fruit zijn door de industrialisering

en de intensieve landbouw in de afgelopen 20 jaar met soms wel 50% achteruit gegaan.

Vaak kan het ook nog zo zijn dat door de lichamelijke interne vervuiling met zware metalen, pesticiden, herbiciden en insecticiden

er een cellulaire resorptiestoornis ontstaan is waardoor bepaalde vitaminen, mineralen en aminozuren niet meer goed opgenomen kunnen worden.

( Dit is met de Vega meting te testen)

Hierdoor kunnen dus tekorten ontstaan.

Zo verhoogt een chroom en zink tekort het risico op insulineresistentie. Een jodium tekort verhoogt het risico op een vertraagde schildklierwerking waardoor gewichtstoename kan ontstaan.

Wanneer je zekerheid wilt hebben of er bij jou sprake is van tekorten of resorptiestoornissen  kun je dit in de praktijk laten testen.