flower-2.jpg

Melk behoorde niet tot de oorspronkelijke voeding van de mens. De mens is het enige zoogdier dat na de zoogperiode doorgaat met het drinken van moedermelk van een ander wezen, in dit geval een dier.

 Het  ‘melk moet verhaal’ is ontstaan in de jaren 30. 

Door een melkoverschot werd in 1934 het Zuivelbureau opgericht om ervoor te zorgen dat de mensen melk gingen drinken. Door de jaren heen heeft de marketingstrategie vruchten afgeworpen, steeds meer

mensen gingen inderdaad melk drinken.

Door specifieke fokmethoden en de toediening van steroïden en groeihormonen hebben we de melkproductie kunnen verhogen. Ongeveer 50 jaar geleden gaf een koe gemiddeld 4000 liter melk, nu is dat al

gestegen naar 12.000 liter per jaar.  Antibiotica moet er voor zorgen dat de uiers door de hoge melkproductie niet ontsteken. Dat betekent dat een melkkoe aan het eind van haar melkperiode letterlijk en figuurlijk

uitgemolken is.

Koemelk is bedoeld voor het kalf, waarschijnlijk staan de meeste mensen daar niet eens meer bij stil. Dat betekent dat een koe ook alleen maar melk kan geven als ze een kalf gebaard heeft. Dit moet ze dus elk

jaar blijven doen. (het kalf wordt na 2 weken bij de moeder weggehaald zodat het de voor haar/hem bestemde melk niet opdrinkt!

We denken dat we melk nodig hebben voor het calcium en onze botontwikkeling  Om melk te kunnen verteren hebben we het enzym lactase nodig dat de lactose in melk omzet in glucose en galactose. Bij heel

veel mensen verdwijnt dit enzym echter na de baby zoogtijd, dat betekent dat het nuttigen van melk en melkproducten voor een verteringsprobleem (en klachten) kan zorgen. Daarnaast bevat melk in hoge mate

caseine (melkeiwit) een stof die bij de meeste mensen ook verteringsproblemen veroorzaakt en soms zelfs allergische reacties.  Bovendien is het calcium in de melk gebonden aan dit caseine waardoor het

calcium dus slecht opgenomen wordt.

Melkproducten blijken insulinetrope eigenschappen te hebben, dit betekent dat ze een  respons uit lokken die lijkt op die van koolhydraten met een hoge glycaemische index, die de suikerspiegel dus te vlug

verhoogd, waardoor de pancreas meer insuline moet aanmaken. 

Voor een goede botopbouw hebben we o.a. ook magnesium nodig, een antagonist van calcium. Een goede verhouding tussen beide mineralen is dan ook heel belangrijk, namelijk  calcium : magnesium 2:1. In

melk is de verhouding echter 4:1. Daarnaast is voldoende vitamine D (hiervan is vaak een tekort) en vitamine K  nodig. Bij een hoge inname van calcium stijgt de behoefte aan magnesium, waardoor er een tekort

aan magnesium kan ontstaan. Calcium aan melk toevoegen werkt dus averechts! Daarnaast is de verhouding tussen calcium en fosfor in de melk niet goed voor ons. Teveel fosfor (verzuring) zorgt er weer voor

dat calcium uit het bot gehaald wordt.

Verschillende onderzoeken hebben nu aangetoond dat je door het drinken van melk juist eerder botontkalking op doet en daardoor een groter risico op botbreuken oploopt. Onze verre voorouders dronken nooit

melk en toch hadden ze geen last van botontkalking, dit had o.a. te maken dat ze veel bewogen, dus veel in de buitenlucht, en dat ze veel groente en fruit aten.

Wie voldoende en gevarieerd groente, fruit noten en zaden eet krijgt genoeg calcium binnen.

Melk vervangen door soja melk is ook geen aanrader. 

Soja is een product dat erg in opkomst is de afgelopen jaren. Het is een goede eiwitvervanger, bevat fyto-oestrogenen en de soja boon is heel bewerkelijk. Maar ook over de soja boon komen steeds meer

berichten en geluiden dat het onze gezondheid kan belasten.

Wie elke dag soja neemt in welke vorm dan ook, kan het risico lopen op een verminderde aanwezigheid van belangrijke vitaminen zoals vitamine A,D,E en B12. Soja bevat namelijk ook lectine waardoor de opname

van voedingsstoffen in de darm verhinderd kunnen worden. Daarnaast bevat soja ook fytaatzuur dat de opname van mineralen zoals bijvoorbeeld zink verminderd. Neem niet meer dan 2 tot 3 keer per week een

soja product. (tofu en tahoe zijn ook soja producten) Tegenwoordig is er ook rijstemelk, havermelk, amandelmelk, hazelnotenmelk.

Wil je nu precies weten hoe het zit met voedingsproducten wat je wel of beter niet kunt nemen, laat je dan in de praktijk doormeten. Voor iedereen is het namelijk verschillend.